Met Kantoortuinen lost schrijver en regisseur Marthijn een persoonlijke belofte in. Vier jaar na het afscheid van zijn moeder brengt hij een volwassen toneelstuk op de planken: niet geschreven vanuit regels of analyse, maar vanuit levenservaring, herkenning en gevoel. In dit interview vertelt hij over de artistieke invloed van zijn familie, de keuze om theater dicht bij het echte leven te houden en de bijzondere betekenis van het lied I won’t let you down.
Waar komt jouw artistieke kant vandaan?
“Het kunstenaarsbloed heb ik niet van een vreemde,” vertelt Marthijn. Zijn moeder, haar broers en zussen en ook hun kinderen hadden volgens hem allemaal “een groot artistiek hart”. Schilderen, zingen en toneelspelen waren vanzelfsprekende vormen van expressie binnen de familie. Vooral met zijn moeder sprak hij vaak over kunst toen hij tussen 2008 en 2011 de toneelopleiding volgde. Niet zozeer over het kennen of analyseren van kunst, maar over het maken ervan: “Over creëren vanuit het niets, door simpelweg je hart te volgen.”
In die periode deed Marthijn haar een belofte. Ooit zou hij zelf een volwassen stuk schrijven en op de planken brengen. Tot dan toe schreef hij vooral jeugdvoorstellingen, waaronder jaarlijkse uitvoeringen in het Amsterdamse Bos, en regisseerde hij bij lokale amateurtoneelverenigingen. “Helaas kon mijn moeder het niet meer meemaken dat ik gehoor zou geven aan die belofte,” zegt hij. De jaren daarna waren zwaar: twee burn-outs zorgden ervoor dat zijn creativiteit tijdelijk niet in de juiste stand stond. “Of achteraf gezien misschien juist wel,” voegt hij eraan toe.
Waarom moest Kantoortuinen nu geschreven worden?
Vier jaar na het afscheid van zijn moeder is het Marthijn alsnog gelukt. Kantoortuinen is volgens hem een stuk dat “geschreven is vanuit het hart” en niet vanuit de analyse van hoe toneelstukken zouden moeten zijn. Hoewel hij via zijn opleiding en ervaring goed weet hoe verhalen doorgaans worden opgebouwd — met elementen als de hero’s journey, karakterontwikkeling, kantelende scènes en innerlijke demonen — koos hij er bewust voor die regels los te laten.
“Ik weet precies hoe het hoort, en toch lapte ik al die regels aan mijn laars,” zegt hij. De reden daarvoor is helder: het stuk moest uit het leven gegrepen zijn. Herkenbaar voor het publiek, met de hoop dat mensen na afloop zouden zeggen: “Ja, zo is het echt.” Voor Marthijn is het leven niet voor iedereen een heldenreis. “Er moeten namelijk ook mensen worden gered. Na zonneschijn komt soms ook weer regen, en daarna weer nieuwe zonneschijn.”
Hoe dicht staat het verhaal bij het echte leven?
Kantoortuinen is opgebouwd uit situaties uit het echte leven: uit Marthijns eigen leven en uit dat van vrienden en familie. De setting is bewust modern en herkenbaar gehouden: een kantoorleven en een huishouden. “Nothing more, nothing less,” vat hij samen. Tegelijkertijd wilde hij dramaturgisch verder gaan dan alleen het oproepen van emoties. Het publiek moest op meerdere manieren kunnen meeleven.
Daarom speelt muziek een belangrijke rol in de voorstelling en heeft het stuk soms de sfeer van een dramaserie. Die vorm past bij het verlangen om herkenbaarheid, ritme en verdieping met elkaar te verbinden. De afwisseling tussen drama en blijdschap moet het publiek de ruimte geven om zichzelf in de personages te herkennen. Vooral de gedachten van hoofdpersoon Anouk nodigen uit tot reflectie: zou ik hetzelfde doen als zij?
Hoe is het om nu zelf regisseur van dit stuk te zijn?
Nu het stuk geschreven is, begint voor Marthijn een nieuwe fase: “Schrijversbril af, regisseurspet op.” Normaal gesproken kan die omschakeling lastig zijn, omdat de schrijver vooral werkt vanuit personages en verhaallijnen, terwijl de regisseur onderzoekt hoe alles geloofwaardig wordt voor het publiek. Daarbij gaat het om emoties, verlangens, obstakels, relaties en machtsverhoudingen. Maar omdat Kantoortuinen vanaf het begin is geschreven met geloofwaardigheid als uitgangspunt, voelt de overgang voor hem minder groot.
Bij Toneelvereniging De Schakel krijgt hij de kans om het stuk te regisseren met een groep waar hij zichtbaar veel waardering voor heeft. Tijdens het regisseren van Allo Allo raakte hij onder de indruk van de mensen daar: “Een onwijs leuke, diverse groep met zoveel respect, liefde en humor.” Ook de professionele houding ten opzichte van acteren en productie noemt hij bijzonder. In de repetities zal de tekst niet heilig zijn. “Het gaat er niet om of de acteurs de tekst goed hebben begrepen. Het gaat erom of dit werkt voor een publiek dat de tekst voor het eerst hoort.” Daarmee wordt het regieproces opnieuw een onderzoek, dit keer samen met de spelers.
Welke boodschap wil je het publiek meegeven?
De kern van Kantoortuinen ligt voor Marthijn in eerlijkheid en herkenning. Het leven is niet altijd netjes opgebouwd volgens de regels van een verhaal. Soms is er drama, soms blijdschap, soms stilstand en soms onverwachte beweging. Juist door vanuit het hart te schrijven en te regisseren, hoopt hij dat het publiek zich gezien voelt. Dat is uiteindelijk de boodschap die hij wil meegeven: echte verhalen hoeven niet perfect te zijn om waarachtig te raken.
Die persoonlijke laag komt het meest samen in het lied I won’t let you down, dat in Kantoortuinen te horen is. Marthijn draagt het lied op aan zijn moeder, aan wie hij ooit beloofde een volwassen stuk te schrijven. “Met mijn hart,” zegt hij. Daarmee wordt de voorstelling niet alleen een nieuw hoofdstuk als schrijver en regisseur, maar ook een liefdevol eerbetoon aan de vrouw die zijn kunstenaarsbloed mede heeft doorgegeven.